De waarde van Obama“s social media strategie voor Nederlandse politici

Het is al vaak gezegd, maar de Europese verkiezingen zijn bij uitstek het moment om te kijken of ‘de lessen van Obama“ toe te passen zijn in Nederland. Er is zoveel te leren van de manier waarop de Democraten erin geslaagd zijn om op een slimme manier sociale media in te zetten om 1) nieuwe groepen kiezers bij de campagne te betrekken en deze vrijwilligers effectief in te zetten voor de campagne, 2) om geld op te halen en 3) om een simpele politieke boodschap (“Change we can believe in”) te communiceren. Misschien is het wat voorbarig maar met de verkiezingen in zicht valt het op dat de enorme stappen die Obama gezet heeft en de lessen die zijn team geleerd heeft, nog niet aangekomen zijn in ons polderland. Zo blijkt wel uit een rondgang ( artikel kortste weg naar de kiezer ) van Thijs Sprangers die kijkt naar de activiteiten van de grote Europese partijen.

Er is een serie standaardreacties die loskomen bij analyses zoals die van Thijs. Deze reacties gaan in op het feit dat het erg lastig, zo niet onmogelijk is om de campagne van Obama te vertalen naar de Nederlandse situatie. Dat is, met alle respect, niet waar. Ik heb de drie meeste gehoorde (voor)oordelen op een rijtje gezet om te betogen dat de lessen van Obama, juist in Nederland, toegepast kunnen worden en dat het een kwestie is van durf, kennis en visie om nieuwe strategieën te implementeren.

1) “Obama zat echt niet zelf achter de knoppen tijdens zijn campagne”.

Klopt. Obama heeft niet in zijn eentje dat enorme online apparaat opgetuigd. In boeken, en op blogs als deze, wordt “de Obama campagne” al snel vervangen door “Obama”, daarmee inderdaad implicerend dat Obama zelf achter de knoppen zou hebben gezeten. Dat is inderdaad niet zo. Het waren duur betaalde adviseurs, vrijwilligers met online vaardigheden en gespecialiseerde bedrijfjes die Obama“s campagne feitelijk vorm gaven. Met name het bedrijf Blue State Digital (http://www.bluestatedigital.com) speelde een sleutelrol in de Obama campagne. Zij waren het die bijvoorbeeld MyBarackObama.com bedacht en succesvol geïmplementeerd hebben. Met name Blue State Digital is ook nu nog nauw betrokken bij de online strategie van het Witte Huis.

De opmerking dat Obama “het echt niet allemaal zelf” gedaan heeft en dat zijn campagne daarom minder relevant of interessant zou zijn is opmerkelijk. Er zijn twee belangrijke lessen te leren uit Obama“s houding ten opzichte van het uitbesteden van zijn (online) campagne aan derden.

Ten eerste, wat Obama anders maakte dan McCain en wat hem, althans in de ogen van veel politieke analisten, een goede president maakt, is dat hij de juiste mensen op de juiste plekken wist en weet te zetten. Dat is een talent op zich en iets wat Obama goed kan. Dat wil zeggen; talent selecteren en aantrekken, managen en inspireren. Het is onzin dat in Nederland niet het talent en de kennis zou zijn die vergelijkbaar is met Amerikaanse online bedrijven. Ook in Nederland, in bedrijven, op universiteiten en hogescholen, barst het van enthousiaste vooral jonge mensen die ingezet kunnen worden voor politieke campagnes. Het waren in Obama“s campagne de twintigers, de Harvard drop-outs, jonge internetondernemers die het beste en meeste werk verzet hebben en essentieel waren voor Obama“s succes. Maar als je niet zoekt, als je het niet vraag of als je niet durft te vertrouwen op jonge (enthousiaste) honden, dan wordt het niets.

Ten tweede: Obama gelooft zelf in sociale media. Sterker nog, hij was tot voor kort Blackberry verslaafd. Deze houding met betrekking tot nieuwe media is van cruciaal belang. Mijn persoonlijke ervaring als ik lezingen geef binnen bedrijven, ministeries en culturele instellingen, is dat het juist bij diegene die beslissen over het inzetten van sociale media binnen campagnes, het ontbreekt aan inzicht en kennis van deze tools. Als je niet gelooft in nieuwe media, als je houding is “het zal mijn tijd wel duren”, of “ik ben niet overtuigd van al die nieuwerwetse gadgets van de jeugd”, dan is de strijd al bij voorbaat verloren. Wanneer je Twitters iets vindt voor sukkels of de netwerkbeheerder opdracht geeft werknemers van LinkedIn of Facebook te houden, dan zijn sociale media misschien niets voor jou. Hillary Clinton gaf haar online campagne veel minder aandacht dan Obama en zij heeft het verloren. Anders gezegd, als je zelf nieuwe media niet gebruikt en snapt is het verdraaid lastig een team te kunnen aansturen dat dat wel goed kan.

2) “De sociale media zijn een leuke aanvulling, maar het is nog geen massamedium qua bereik.”

Zolang sociale media als een aanvulling worden gezien, zoals nu bij de meerderheid van de Nederlandse partijen die voor de EU campagne voeren het geval is, is die online campagne al begonnen met een achterstand. Sociale media zijn een cruciaal onderdeel van elke politieke campagne die op dit moment gevoerd wordt. Het is niet een “leuke” aanvulling, een speeltje van hippe marketeers of jonge nerds; sociale media zijn minstens even belangrijk als “oude” media als kranten, TV en radio. Cruciaal is echter het beseft dat sociale media een hele andere rol spelen, iets wat uitgebreid aan bod zal komen tijdens de KREM Social Politics workshop.

Juist het feit dat social media geen massamedia zijn maakt het interessant als tools, bijvoorbeeld om in direct contact te komen met kiezers. De kracht van bijvoorbeeld Youtube zoals Obama het gebruikte, was dat hij juist de massamedia (met name televisie) buitenspel kon zetten om zo zijn boodschap direct bij zijn aanhangers te bezorgen.

Daarnaast was elke vezel van de Obama campagne doordrongen van het belang van de online campagne. Elke team (fundraising, strategie, communicatie, onderzoek enz) had zijn luitenanten en de ‘chef nieuwe media“ had een even belangrijke stem als de teamleiders die van oudsher een plek hadden aan de overlegtafel met Obama.

De online kant versterkte in de Obama campagne de offline kant. Geld opgehaald online werd ingezet voor televisiespotjes. Televisie optredens en interviews waren nog eens te bekijken op het Youtube kanaal van de campagne en deze gebeurtenissen werden, uiteraard, getwitterd. Dit is typisch iets wat nagenoeg geen geld kost. Het beeldmateriaal is er al, het enige wat er moet gebeuren is het sociale netwerk (via email, Hyves, Twitter enz) inlichten over het feit dat er iets nieuwswaardig op Youtube staat. Dit gebeurt nu wel, maar op zeer kleine schaal.

En het bereik van social media? Daar kan ik kort over zijn. Die is in Nederland groter dan in de VS. Meer Nederlanders zijn lid van en gebruiken actief sociale netwerken, nagenoeg iedereen heeft toegang tot internet, er wordt massaal getwitterd, LinkedIn is bovenmatig populair en ga zo maar door. Het bereik is enorm.

3) “Maar onze politici missen het charisma van Obama”

Toegegeven, Obama kan bovengemiddeld goed spreken. Elke dag weer blijkt dat deze gave hem goed van pas komt tijdens de diverse dagelijkse persmomenten. Maar is het charisma alleen? Nee want kijk maar naar tegenstanders of buitenlandse collega“s. Denk aan Ron Paul (http://en.wikipedia.org/wiki/Ron_paul), de Libertijnse en conservatieve Republikein die ook een gooi deed naar het Amerikaanse presidentschap. Paul heeft, hoe je het ook wendt of keert, niet heel veel charisma. Toch wist hij met zijn simpele en duidelijke boodschap (hoe kleiner de overheid, hoe beter) een enorm online grassroots apparaat in beweging te zetten. De boodschap van Paul, niet zijn persoon, was doorslaggevend in het verzamelen van steun en geld. En omdat de Amerikaanse mainstream media Paul grotendeels links lieten liggen gebeurde dit volledig online.

Een ander voorbeeld is de Britse minister-president Gordon Brown (http://www.number10.gov.uk/). Nu ook niet echt de meest charismatische politicus. Toch heeft hij een Youtube kanaal (http://www.youtube.com/user/DowningSt) waar hij vragen van Britten beantwoordt. En is hij zo slim geweest om twee leden van Obama“s online campagne team over te kopen. Nogmaals, Brown haalt de expertise in huis om hem in staat te stellen om in directer contact met zijn burgers te komen.

Meermaals heeft Obama aangegeven dat kiezers, althans in de VS, best een inhoudelijk debat aan willen gaan. Waarom zou de Nederlandse kiezer anders zijn. Het verkopen van beleid dient niet enkel via de televisiejournaals en de ingezonden brieven katernen in landelijke kranten te gebeuren, elke zichzelf respecterende politicus hoort toch echt te bloggen of op een andere zinnige manier online in contact te komen en de dialoog met kiezers aan te gaan.

Moraal van het verhaal

Het grote verschil tussen ‘de Amerikaan“ en ‘de Nederlander“ is de houding ten opzichte van innovatie, nieuwe toepassingen en tools. Obama“s team heeft veel geprobeerd, heeft veel gefaald, maar vooral veel geleerd. In 2004 tijdens de Dean campagne, in 2006 tijdens de tussentijdse verkiezingen en dus in 2008. Het is gevaarlijk om een volk te stereotyperen, maar mijn indruk van Nederlanders is dat ze uitermate behoudend en soms wat cynisch zijn. “Het lukt toch niet”, “Die Amerikanen zijn anders”, “Zij hebben wel geld”. Wie niet sterk (of rijk) is, moet slim zijn. Waarom niet geld vragen? Niemand heeft het mij gevraagd en ik heb best een tientje over voor een partij met een goede boodschap.

Nederlandse politici en strategen zijn niet collectief dommer dan Amerikanen. Waar het wel aan ontbreekt, kijkend naar de Europese campagnes, is dat Nederlandse campagnes zeer behoudend zijn geweest. Grote innovatieve nieuwe online projecten van bestaande partijen heb ik niet gezien en zeer weinig campagne initiatieven hebben mij bereikt. Het zijn de nieuwe partijen die slimmer zijn. Zoek maar eens op “europese verkiezingen” via Google, twee van de vijf gesponsorde links zijn van nieuwe politieke partijen; Libertas lijst 17, en Newropeans lijst 8. Als je weet dat 95% van de Nederlanders Google gebruikt is advertentieruimte kopen via Google toch wel het minste wat je kan doen.

No TweetBacks yet. (Be the first to Tweet this post)
(1 stemmen, gemiddeld: 4.00 )
Loading ... Loading ...
About this author: David B. Nieborg is als promovendus verbonden aan de Amsterdam School for Cultural Analysis (ASCA) en als docent aan de Universiteit van Amsterdam. Hij studeerde cum laude af aan de Universiteit Utrecht op de discussie rondom het ontwikkelen van games door het militair-industrieel complex. Zijn onderzoek richt zich op de interactie tussen participatie cultuur, game technologie en de politieke economie van de game industrie. Hij schrijft regelmatig over nieuwe media in het algemeen en game cultuur in het bijzonder voor diverse (online) magazines, kranten en internationale vaktijdschriften. Zie ook: http:www.gamespace.nl.

2 Comments

Comments RSS

  1. 1
    Steven
    Jun 5, 2009 @ 3:52 pm

    Beste David,

    Ik vond het erg leuk om je blog te lezen. In mijn ogen is sociale media ook tijdens deze verkiezingen weer een enorme gemiste kans voor veel partijen. Ik kan niet helemaal beoordelen in hoeverre in het buitenland sociale media in hebben gezet, maar wat ik in Nederland heb gezien vond ik zeer teleurstellend.

    Ik zal volgende week een blog proberen te schrijven over de inzet van Nederlandse partijen op het gebied van sociale media.

    Ben benieuwd naar je volgende blogposts.
    Hartelijke groeten!

    Steven
    http://www.peoplesplayground.nl

  2. 2
    Vinden Europese lijsttrekkers de kortste weg naar de kiezer? Deel 3 | CSN Blog
    Apr 16, 2010 @ 11:05 am

    [...] geholpen van de masterclass social politics verder aan te scherpen. Dank voor jullie reacties! David Nieborg schreef een analyse van de voornaamste punten die in discussies voorbij [...]